Select another language



Balkan 2011

5 augustus 2011 - 26 augustus 2011

 

Heenreis: Bellingwolde (NL) - Möhnsee (DE) - Salzburg (A) - Ljubljana (SLO) / Kroatië: Karlovac - Rastoke - Plitvitcka NP - Biograd - Sibenik - Split - Imotski / Bosnië: Kravice -  Pocitelj - Mostar - Nevesinje - Gacko - Brod - Hum / Montenegro: Durmitor NP - Zabljak - Plav - Gusinj / Albanië: Vermosh - Hani-i-Hotit - Koplik - Shköder - Koplik - Bogë - Thethi - Shköder / Montenegro: Ulcinj - Sveti Stefan - Kotor - Herceg Novi / Kroatië:  Dubrovnik - Pirovac - Zadar - Karlovac / Terugreis: Ljubljana (SLO) - Bled (SLO) - Villach (A) - Zell am See (A) - Salzburg (A) - Bad Kisisngen (DE)




 

Change of plans

Angstvisioenen van files voor de tolpoortjes, ellenlange rijen voor de bezienswaardigheden in Rome en tjokvolle campings waar we voor een klein vermogen de buurman op de lip mogen zitten spelen ons parten. Nee, al is maar de helft van wat we lezen waar; dan willen we in augustus nog niet naar Italië. We annuleren de reservering voor de veerboot van Palermo naar Genua en duiken opnieuw het internet op. Heel even ziet het er nog naar uit, dat de zwakke gezondheid van onze poes onze plannen enkele dagen voor vertrek opnieuw in de war zou sturen, maar dat valt achteraf gelukkig mee en dus slaan we vrijdag aan het einde van de middag de deur achter ons dicht. Niet Sicilië, maar Noord-Albanië is ons doel. 


Meer avontuur dan ons lief is

Zo'n 1300 kilometer autosnelweg scheiden ons van Kroatië alwaar ons avontuur pas echt gaat beginnen. Tenminste, dat denken we, maar niets in minder waar. Nog voordat we Duitsland verlaten krijgen we meer avontuur dan ons lief is. Het is zo'n 5 uur 's middags en onze eerste lange reistijd loopt op zijn einde. We verlaten de snelweg en gaan op zoek naar een plekje voor de nacht. Na de gezellige maar overvolle camperplek van gisteren willen we het liefst een bushcamp, daar zijn we het over eens. Terwijl we rustig rondtoeren kijken we uit naar verlaten plekjes of stille bosweggetjes. Heel lang hoeven we niet te zoeken. Het is hier een en al bos en al snel zien we een pad. Het is smal en omringd door veel bosjes, maar zo op het oog lijkt het goed begaanbaar. De kleine personenwagen die er zojuist uit komt rijden neemt ons laatste beetje twijfel weg. Als zo'n auto er kan rijden, dan is het voor ons helemaal geen probleem, is onze overtuiging. Enthousiast rijden we het veelbelovende bospad in. Het pad wordt echter al snel modderig en zo smal, dat keren geen optie meer is. We troosten ons met de gedachte, dat het pad ons beslist ergens naar toe zal leiden, want de personenauto moet tenslotte ook ergens vandaan gekomen zijn. Beteuterd kijken we elkaar aan als slechts enkele meters verder het pad opeens eindigt. De bedompte zware geur van rottend hout en natte mossen komt ons tegemoet wanneer we uitstappen. We staan veilig en uit het zicht van de grote weg, maar daar is ook alles mee gezegd. Omdat we het liefst met de neus naar de uitgang staan besluit Markus de auto vast te keren. De ruimte tussen de bomen en het pad zou net voldoende moeten zijn zo constateren we. Een, twee, drie keer steken en we zijn er bijna. Nu nog een keertje naar voren het pad op en dan is het goed. Markus geeft gas, maar de auto blijft op zijn plek. Nog een beetje gas erbij en dan nog een keertje, maar ook nu komt de auto het pad niet op. Het rechterachterwiel is weggezakt in de mossige bodem van het bos. Het wiel wordt nog tegengehouden door een aantal wortels, maar veelbelovend ziet de situatie er niet uit. Onder de wortels zitten grote holle ruimtes. Met grote blokken gesprokkeld hout verstevigen we de ondergrond en doen dan nog een poging. De auto sputtert maar rolt uiteindelijk terug in het nu nog dieper geworden gat. De zachte rottende stukken hout, zijn geen partij voor onze banden. Een beetje weerstand is voldoende om ze te verpulveren en de auto zakt nog dieper weg. De bladveren raken de rand van de kuil al. Zelfs de Hi-lift Jack en zandplaten zijn hier nutteloos. Alleen een lier zou ons hier kunnen redden. We moeten het onvermijdbare onder ogen zien, we hebben hulp nodig. Terwijl Markus bij de auto blijft loopt ik terug naar de weg met maar een missie: een tractor of een zware terreinwagen ritselen. De ADAC die ze in het nabij gelegen hotel voor ons willen bellen laat ik schieten. Om Frankie te redden hebben we zwaarder geschut nodig. Goed op het verkeer lettend loop ik richting een grote boerderij. Het is verrassend hoeveel grote wagens er eigenlijk rondrijden, maar de meeste zijn niet geschikt. Grote bolides zoals BMW X5, VW Touareg en Landrover Discovery rijden veelvuldig voorbij, maar de toeristen of chique dametjes die de auto's overwegend besturen durf ik niet te vragen hun brandschone auto's de modder in te sturen. Pas vlakbij een van de boerderijen passeert mij een enorme grote pick-up. Wild gebarend lukt het mij de auto aan te houden en ik zie mijn kansen groeien wanneer ik zie, dat de man die uitstapt een werkoveral draagt. Met een afgemeten vriendelijkheid vraagt hij op ik problemen heb. Ja, dat kun je wel stellen. Zonder er omheen te draaien meld ik, dat we een bospad ingereden zijn en nu vast zitten. Een tikkeltje geïrriteerd vraagt hij wat we daar te zoeken hebben, tenslotte weet toch iedereen dat je daar niet mag komen? Ik incasseer zijn reprimande vriendelijk. "Zolang hij ons maar helpt" is mijn motivatie. Een paar keer vriendelijk glimlachen helpt. De norse man, die net zo aan de maat is als zijn auto, wordt iets milder en zegt wel eventjes te willen kijken wat hij kan doen. Om niet ook nog onze redder in nood in de problemen te helpen meld ik de man eerlijk, dat hij met zijn auto daar onmogelijk kan keren. Niet onder de indruk van mijn informatie rijdt hij behendig achteruit het bospad in. Een klein complimentje over de grootte van zijn auto doet de man een beetje ontdooien. "Mijn auto is leeg al 3,5 ton", vertelt hij trots. "Oh, dat is meer dan wij beladen wegen" zeg ik enthousiast en mijn vertrouwen groeit. Terwijl ik samen met onze helper langzaam de Landcruiser zie verschijnen staat Markus verrast te kijken. Het zware motorgeluid verraadt een krachtige motor en het komt steeds dichterbij. Nog geen uur geleden was ik vol bravoure vertrokken met de mededeling terug te komen met een sterk voertuig. Dat ik echter zo'n zware terreinwagen zou scoren hadden we beide niet durven dromen. Bij Markus is de verwondering bijna net zo groot als de opluchting wanneer hij mij uit de auto ziet stappen. Ook onze helper stapt uit en een korte begroeting is alles wat eraf kan. Hij haakt het sleep lint, dat al klaar ligt, aan zijn auto en trekt ons zonder moeite weer op het pad; alsof we maar een klein eendje zijn, zo makkelijk gaat het. Terug op het pad heeft hij binnen een paar tellen het lint weer losgekoppeld en weg is hij. Een laatste reprimande blijft zelfs uit. "Geen woorden maar daden" is duidelijk zijn motto. Wij klagen niet. We zijn weer los! Overal om ons heen liggen bergingsmaterialen en alles zit onder de modder. Pas na een half uur zwoegen en zweten is alles weer schoon en ingepakt. Ondertussen is de wil om hier alsnog te overnachten, na het massaal tevoorschijn komen van de vele steekvliegen, als sneeuw voor de zon verdwenen. We verlaten het bospad en sluiten een paar dorpjes verderop de dag af op een comfortabele campercamping, waar het enige geluid, dat we 's nachts horen, de rinkelende bellen van de dichtbij grazende koeien zijn.


overland balkan  overland balkan  


Safari-douche in Kroatie

Twee nachten van huis en 3 landen verder bereiken we Kroatië. De horrorverhalen over lange wachttijden bij de grens spelen door ons hoofd wanneer we de nagenoeg verlaten grensovergang bereiken. Een QuickScan van onze paspoorten en een vriendelijk gebaar is echter alles waar we op moeten wachten. De hele procedure duurt nog geen twee minuten en dan zijn we binnen. Aan de andere kant van de grens verschilt het landschap niet heel erg veel van dat van Slovenië. We rijden nog steeds door een groen heuvelachtig landschap met kleine dorpjes en nette huisjes al worden ze geleidelijk wel ietsjes kleiner en hier en daar ook wat armoediger. Vandaag besluiten we vroeg te stoppen en even voorbij Karlovac trekt een autocamp onze aandacht. Hoewel het niet meer is dan een eenvoudige wegwijzer en een wat kaal ogend veldje maken we toch rechtsomkeert. We worden ongelooflijk vriendelijk ontvangen en na het zien van de douches zijn we verkocht. Verwarmd door een boiler in plaats van een houtkacheltje weliswaar maar verder doet hij niet onder voor een "safari-douche". Een stukje rivier om in te zwemmen, een kampvuurplaats en een buitendouche; zo'n plekje zou je ook zomaar in Afrika tegen kunnen komen. Goede herinneringen komen boven wanneer we uitkijkend over het landschap het zweet van een lange reisdag van ons afspoelen.


Plitvitce meren

Thuis op een landkaart ziet de wereld er vaak toch anders uit dan in werkelijkheid en ook nu weer blijkt onze vooruit geplande route ineens niet zo logisch meer. De Plitvitce meren die we pas aan het einde van onze reis willen bezoeken blijken volgens de wegwijzers nog maar zo'n 90 kilometer verderop te liggen. We wijzigen onze route weer eens en via Rastoke, een fotogeniek plaatsje waar een waterval letterlijk door het dorpje stroomt, bereiken we al vroeg het Nationaal Park. Het is er druk. Op de megagrote parkeerplaats is geen plekje meer te vinden en voor de kassa staat een rij van enkele tientallen meters. We slikken een kleine teleurstelling weg en rijden terug naar de eerste ingang. Ook hier is het druk, maar niet zo extreem. We wagen het erop en eenmaal binnen, wanneer iedereen uitgewaaierd is, valt de drukte gelukkig reuze mee. De omgeving is overweldigend. Tientallen kristalheldere meren en poeltjes in alle denkbare kleuren blauw en turquoise zijn met elkaar verbonden door een netwerk van vele grote en kleine watervallen. Ondanks het warme klamme klimaat lopen we urenlang stroomopwaarts van het ene poeltje naar het andere genietend van het bijzondere landschap, de bloemen, de planten en de dieren. Nog maar net in het park wordt onze nieuwsgierigheid al snel gewekt door een paar mensen die gebiologeerd naar het water staren. Tussen de stenen is hij nauwelijks zichtbaar, maar dan ineens zien ook wij de contouren van een slang. Op veilige afstand is het een fascinerend dier, maar als hij dichterbij komt, zich opricht en zijn kop boven het water uitsteekt doen we toch snel een paar passen naar achteren. Het grootste meer steken we per boot over, maar desondanks is het nog een enorme tippel. Eenmaal boven zijn onze ongetrainde lijven dan ook uitgeteld. Het is maar goed dat er een treintje terug gaat, want terug lopen zouden we niet meer overleven. 


 


Verjaagd door de wind 

Opnieuw stellen we wildkamperen nog maar een nachtje uit want na de inspanningen van vandaag hebben we beslist een douche nodig. We vinden een vrijwel verlaten autocamp waar het ons lukt weer een paar Kuna van de prijs af te pingelen. We maken het niet laat vandaag en duiken vroeg onder de wol. We zijn volkomen uitgeteld en ook nog steeds moe wanneer we in het holst van de nacht wakker worden van de wind die ons letterlijk om de oren waait. We ritsen snel het tentdoek dicht maar kunnen de slaap niet meer vatten. De wind neemt met de minuut toe en het tentdoek begint steeds meer te klapperen. Het moet niet nog harder gaan waaien, want dan zou het zomaar kunnen gaan scheuren. We durven het al snel niet meer aan en besluiten te verhuizen naar de benedenverdieping. Het is een kleine verbouwing, maar eenmaal terug in bed, zijn we blij, dat het dak dicht is. De windvlagen nemen nog steeds in kracht toe en de auto schudt en kraakt erop los. Gelukkig kan er nu niet veel meer gebeuren. Met een gerust hart vallen we in slaap. De volgende ochtend is de wind verdwenen en is het opnieuw stralend weer.


Weg van de kust
Kroatië staat synoniem voor ruim 1800 kilometer kust, kristalhelder water en mooie baaitjes. Een walhalla voor zon-, zee- en strandliefhebbers. Omstandigheden die in de drukke vakantiemaanden helaas veel bezoekers trekken. Naarmate we dichterbij de kust komen verandert het landschap. De omgeving wordt droger en kaler en ook de temperatuur stijgt. Volgens de thermometer is het in de auto ruim 40 graden en dat is voelbaar. We zijn blij, dat we rijden want de rijwind is nog het enige, dat een beetje verkoeling geeft. Helaas moeten we dat genot na de lunch ook ontberen wanneer we op de kustweg in een urenlange file belanden. De uitzichten vanaf de weg zijn prachtig, maar het is er zo vreselijk druk. Vrij kamperen is hier in elk geval geen optie en de campings, soms niet meer dan een tuintje bij een woonhuis, zijn bomvol. Na een hele middag ploeteren door de drukte en van camping naar camping hebben we er schoon genoeg van. We vluchten weg uit deze heksenketel en trekken de bergen weer in. Volgens de GPS liggen er kratermeren op ongeveer een uurtje rijden. Daar gaan we heen! Met iedere meter die we verder vanaf de kust trekken neemt niet alleen de hitte maar ook de drukte af. Rustig rijden we van dorpje naar dorpje. Kleine huisjes met druivenranken overgroeide veranda's en oude mannetjes op de hoek van de straat die vriendelijk naar ons zwaaien tekenen het straatbeeld. Een mooie omgeving voor onze eerste bushcamp van deze reis bedenken we. Nadat een aantal mannen ons heeft verzekerd, dat het hier veilig is en dat er niemand komt controleren strijken we neer een veldje net buiten het dorp. Het is er heerlijk rustig en we hebben een mooi uitzicht op de ons omringende bergen. Hoewel we in het veld staan, zijn we vanaf de weg nog steeds zichtbaar. Toch is er niemand die komt kijken. In Afrika of Azie zouden we allang toeschouwers hebben gehad. Hier niet. Regelmatig stopt er een auto, maar verder dan een paar minuutjes van een afstandje kijken gaan ze niet. De auto's die ons al eerder gepasseerd zijn, kijken zelfs al niet eens meer opzij. Het is een heerlijke rustige en frisse nacht en dat helemaal voor niets. Waarom willen al die mensen toch als haringen in een ton aan de kust staan?


   


Was dat de grens?

De wind die vannacht opnieuw de kop op steekt wekt ons vroeg. Na een rustige picknick, een bezoekje aan het rode en het blauwe kratermeer en een uitstapje naar een grote supermarkt waar we eindelijk Wi-Fi vinden is de ochtend nog maar half voorbij wanneer we ons melden aan de Bosnische grens. Op de middenstreep van wat bij ons een keurige provinciale weg zou zijn staat een hokje, dat qua omvang en uiterlijk nog de meeste gelijkenis vertoont met een telefooncel. De man, die er in zit, scant onze paspoorten, kijkt of vraagt verder nergens naar en binnen zijn we. Geen douane, geen kantoortje, geen slagboom, geen markering op de weg, nee, zelfs geen fatsoenlijk bord. De grensovergang zo lachwekkend simpel, dat ie op onze lachspieren werkt. Deze variant hebben we nog niet eerder gezien.


Doe maar voorzichtig daar

Zo op het eerste oog lijkt het verschil tussen Kroatië en Bosnië maar klein. Het landschap blijft onveranderd groen en heuvelachtig een ook de huisjes aan beide zijden van de grens verschillen nauwelijks van elkaar. In het hart en hoofd daarentegen zijn de verschillen groot zoals we later zullen merken. Bosnië, een relatief onbekend land waar van de naam nog steeds associaties oproept met de Balkanoorlog die hier zo'n 18 jaar geleden woedde. Dat we niet de enigen zijn, die het land associëren met oorlog en ellende merken we als we naar huis bellen. Als we vertellen waar we zitten is de eerste reactie: "doe maar voorzichtig daar!" Geldt dat niet voor elke plek op de wereld? Bosnië heeft een nieuwe start gemaakt. De oorlog is voorbij en het land is veilig, het landschap mooi, de wegen prima en de mensen vriendelijk.


Adembenemende watervallen

In het relatief korte stukje tot Mostar maken twee leuke stops. Rond de middag bezoeken we de Kravice watervallen. Of ze hun bijnaam "de Mini-Niagra Falls" waarmaken kunnen we niet beoordelen; de grote broer hebben we tenslotte nog nooit gezien, maar zelfs nu in de droge tijd zijn ze een plaatje. Over een breedte van enkele tientallen meters storten meerdere grote en kleine watervallen zich naar beneden uitkomend in een kraakhelder turquoise poeltje. Het is er een drukte van belang. Het zijn overwegend lokale Bosniërs die hier komen voor wat waterplezier en het poeltje overbevolken. Hier geen hekken, bewakers of strenge regels. Het poeltje en de watervallen zijn gemeengoed en iedereen mag er van genieten. Bijna alle watervallen die we op onze reizen hebben bezocht waren of niet toegankelijk of het was verboden er te zwemmen. Deze kans laten we dus niet schieten en het is een adembenemende ervaring. Het koude water klettert met zoveel geweld op onze ruggen, dat we heel even letterlijk naar adem snakken. Het lauwwarme water van het poeltje waar we vervolgens nog even in ronddobberen is een weldaad.


 Pocitelj    


Mostar, om niet te vergeten

Fris en schoon na onze watervaldouche bereiken we wat later die middag Mostar. De oude Ottomaanse stad doet oriëntaals aan. Het huisvest maar liefst 27 moskeeën en is geplaveid met ronde keitjes. Ter overbrugging van de Neretva, die als een blauwe ader door de oude stad stroomt, prijkt te midden van dit alles de trots van Mostar. Een grote stenen boogbrug geflankeerd door twee torens die letterlijk de christelijke Kroaten in het westen scheidt van de islamitische Bosniërs in het oosten. Ten tijde van de bouw, omstreeks 1567, was het de wijdste door mensen gebouwde boogbrug ter wereld. Eeuwen verstreken en tijd leek de brug nauwelijks in haar greep te krijgen, totdat in 1992 de Balkanoorlog uitbrak. Mostar was lange tijd een van de vuurlinies. Maandenlang heeft de stad onder vuur gelegen en toen de oorlog op zijn einde liep was van de glorie van Mostar niet veel meer over. De stad was het Dresden van net na de Tweede Wereldoorlog. De mooie oriëntaalse gebouwen waren nog slechts kapot geschoten ruïnes en de brug, die 427 jaar lang oorlogen, veldslagen en natuurgeweld wist te trotseren was volledig verwoest. Kroaten en Bosniërs die eerst zij aan zij vochten, keerden zich tegen elkaar en op 9 november 1993 maakten zware Kroatische beschietingen een einde aan de monumentale brug, een gezamenlijke culturele erfenis die zo pijnlijk herinnerde aan een periode waarin beide volken vreedzaam samenleefden. Meer dan 60 inslagen wist te brug te weerstaan voordat hij instortte. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van de stad en ook nu, 18 jaar na dato, zijn de sporen van de oorlog nog pijnlijk zichtbaar. Gebruikmakend van originele materialen en traditionele bouwtechnieken wisten toegewijde vaklieden de brug te herstellen. Toch zullen de naadloze overgangen tussen de oude en de nieuwe stenen altijd stille getuigen blijven van een trieste periode. Niet alleen de brug ook de oude binnenstad is prachtig gerenoveerd. De mozaïeken in de straten zijn weer aangelegd en de ook de toeristen zijn terug. Souvenirwinkels en restaurantjes hebben over klandizie niet te klagen en de euro's rollen als nooit tevoren. Oorlog verkoopt en dat heeft de lokale middenstand ook ontdekt. Tussen de vele Turkse prullaria zien we tot onze verrassing souvenirs gemaakt van patronen, granaathulzen, helmen en ander oorlogsmateriaal en ook de ansichtkaarten laten niet alleen mooie toeristische plaatjes zien. Minstens evenveel kaarten, vaak in zwart-wit, tonen beelden van een totaal verwoeste stad. Naast een grote poster bij de ingang van een fototentoonstelling zien we een groot bord met daarop de woorden "don't forget". Het doet ons denken aan Rwanda waar "never again" de leus was. Een nobel voornemen, maar de geschiedenis leert ons, dat er helaas niet veel voor nodig is om het verleden te vergeten en opnieuw dezelfde fouten te maken. Het huidige conflict in het Midden-Oosten is daar een pijnlijk voorbeeld van.


Parkeerplaatscamping

Als uitvalsbasis voor ons bezoek vinden we een ideale parkeerplaats op slechts een paar honderd meter van de oude stad. Bovendien, voor een paar eurotjes meer, mogen we er ook overnachten. Daar hoeven we niet lang over na te denken. Het is een uitgelezen kans om ook vanavond, wanneer de stad prachtig verlicht moet zijn, nog even terug te wandelen. We betalen de parkeerplaatsopzichter die het wel ziet zitten. Bijna ieder kwartier komt hij even een kijkje nemen en van de toiletjuffrouw hoeven we na ons eerste bezoekje niet meer te betalen voor de WC. Bijna gelijk met ons, bereiken ook nog 5 grote luxe campers het parkeerterrein. Even ziet het er naar uit, dat de parkeerplaats vanavond een drukke camping wordt, maar daarin vergissen we ons. De campers zoeken blijkbaar meer luxe, want tegen zessen zijn alle campers en alle bussen met toeristen verdwenen. Niet veel later gaan ook de toiletjuffrouw en de opzichter naar huis. Het terrein, waar nog maar een handjevol lokale personenwagens staan, wordt afgesloten en wij blijven alleen achter in de handen van de beveiliging. Wanneer de duisternis invalt, wandelen we opnieuw naar het oude centrum. Het zachte avondlicht geeft de straatjes ondanks de drukte een intieme sfeer. Net als alle andere bezoekers is onze belangrijkste missie natuurlijk de brug. Prachtig verlicht nu is ze het stralende middelpunt waar iedereen een kiekje van probeert te maken. Als klap op de vuurpijl trakteren we onszelf op een etentje in een van de restaurantjes aan de voet van een van de torens. Het uitzicht is majestueus. Nog even snel plassen in het restaurant, want met het vertrek van de toiletjuffrouw zijn ook de Wc’s gesloten, en dan lopen we terug naar de auto. In de privacy van de verlaten en afgesloten parkeerplaats hebben we een heerlijke rustige nacht. De volgende morgen wanneer we opstaan is ons mannetje al weer paraat. Zo gauw hij ons ziet bewegen komt hij even voorbij om ons een goede morgen te wensen.


mostar    


Kogelgaten

Mostar is een bijzonder plek. Nadat de imam ons gewekt heeft met zijn oproep voor het ochtendgebed luiden vanuit de nieuwe nog in aanbouw zijnde toren naast ons luid de kerkklokken. Deze bijzondere mix van culturen en geloven, die in de geschiedenis al zo vaak aanleiding is geweest tot bloedige oorlogen, is nog steeds aanwezig. Ook buiten het oude centrum zijn de sporen van de laatste oorlog nog duidelijk zichtbaar. Hoewel de stad inmiddels grotendeels is herbouwd, staan te midden van de moderne gebouwen nog restanten van kapotgeschoten gebouwen. Gevels met honderden kogelgaten geven een indruk van de hevigheid van de gevechten en van de joodse synagoge resteert enkel nog een hek en een bord waarop de plannen voor herbouw aangekondigd worden. Vlakbij onze parkeerplaats staan grote flatgebouwen die de oorlog wel hebben overleeft, maar ook hier ook zien we kogelgaten evenals in de achtermuur van het nieuwe klooster waar we vanuit onze bed op uitkijken. 


Op de koffie

Bij de bakker op de hoek halen we nog snel wat verse broodjes, en dan voordat de nieuwe busladingen met toeristen weer arriveren, verlaten we de stad. Langzaam trekken we verder zuidwaarts en komt de grens met Montenegro dichterbij. Morgen is het een week geleden, dat we uit Nederland vertrokken en het verrast ons hoe ver we al zijn. De afstanden zijn korter en de wegen beter dan we hadden verwacht. Onderling verschillen de landen niet zo heel erg veel. Het verschil in welvaart is weliswaar zichtbaar en per regio zien ook de huizen er vaak net weer even anders uit, maar er zijn ook heel veel overeenkomsten. In het hart van de bewoners ligt dit duidelijk anders. Niet ver van Mostar, op de weg naar het Sutjeska NP, worden we aangehouden door een man waarvan we zojuist een foto hebben genomen, toen hij met een grote kudde schapen de weg over stak. We dachten een lokaal boertje te fotograferen, des te groter is dan ook onze verbazing wanneer de man ons in behoorlijk goed Nederlands aanspreekt. Hij vertelt, dat hij vele jaren in Nederland heeft gewoond en gewerkt. Nog steeds is hij regelmatig in ons kikkerlandje te vinden, maar het liefst is hij hier in de bergen van Herzegovina. Nee, geen Bosnië zoals hij Markus verbetert, en met moslims heeft hij ook niet veel op zoals al snel blijkt. Hoe de banden zijn en waar de onderlinge verschillen liggen is ons niet duidelijk en ook moeilijk te peilen. We laten het onderwerp voor wat het is en genieten van de gastvrijheid van hem en zijn moeder. In de schaduw van een grote boom en met een prachtig uitzicht over de omgeving laten we ons de vers gezette pepermuntthee prima smaken. Uit onze voorraad toveren we nog een zakje Hollandse stoopwafeltjes die we als dank achterlaten als we even later weer verder reizen. Nu de taal geen barrière is, leren we het een en ander over het leven op het platteland hier. Het valt ons op hoe ontspannen en gezond de mensen hier leven. Ze houden hun eigen koeien, schapen, varkens en kippen voor de melk, de eieren, het vlees en de wol, verbouwen hun eigen groente en fruit, voorzien zichzelf van hout, brouwen hun eigen drank en maken zelfs hun eigen honing. Hoe biologische kun je leven. Hoewel hij graag in Nederland is, is hij toch het liefst hier bij zijn moeder, broer, neefjes en schoonfamilie. Hier komt hij echt tot rust, dit is pure vakantie. Genietend van de stilte en het landschap begrijpen we de man volkomen. Toch heeft ook dit bestaan een keerzijde. Aan de hand van een boom wijst hij ons hoeveel sneeuw hier 's winters ligt. We maken een schatting, dat het minstens anderhalf meter moet zijn. En oh ja, zomaar even het veld in gaan is niet ongevaarlijk. Er zitten hele giftige slangen waarvan de beet laatst nog een schaap noodlottig is geworden en wolven uit de omgeving brengen regelmatig een ware slachting aan onder schapen en kippen. Zien jullie die bomen daar? Hij wijst naar de rand van een stukje dennenbos. Daar leven zelfs twee zwarte beren. Zijn broer woont er vlakbij en die ziet ze regelmatig, maar alleen wanneer het donker is; bij daglicht vertonen ze zich niet. Jammer denken we stiekem. Na een tijdje nemen we afscheid. Het was erg leuke onderbreking.


Op weg naar Montenegro

Naarmate we dichter bij het Nationaal Park komen wordt de omgeving steeds mooier. Open valleien en kronkelende bergweggetjes langs azuurblauw water wisselen elkaar af. De bergrivieren hier trekken veel avonturiers. Vooral rafting is een populaire bezigheid. In onze reisgids lezen we, dat in het voorjaar, wanneer grote hoeveelheid smeltwater de rivieren doen zwellen, kolkende stroomversnellingen met moeilijkheidsgraad 4 en 5 geen uitzondering zijn. We zitten nu in de droge tijd en de rivier is duidelijk tammer. Die avond slapen we in een van de vele raftingkampjes. Er hangt een gezellig backpackerssfeertje en we maken er een leuke praatje met twee Australische toeristen wiens aandacht getrokken wordt door onze "Outback Import - stickers". Na zonsondergang echter is het gedaan met de pret. De temperatuur zakt enorm en voor het eerst is het gewoon echt koud. We stoken ons kacheltje flink op en zitten nog een tijdje behaaglijk in ons warme campertje.


Montenegro overland    Montenegro Durmitor


Montenegro

"Stel je eens een plek voor met saffier kleurige stranden als in Kroatië, met ruige bergtoppen die de Zwitserse Alpen evenaren, met canyons bijna even diep als in Colorado, met pleinen even elegant als in Venetië en steden net zo oud als in Griekenland en dat alles verpakt in een mediterraan klimaat en op een oppervlakte zo groot als twee derde van Wales; dat is Montenegro". De beschrijving uit de Lonely Planet klinkt veelbelovend. Midden op een bergweggetje, niet ver van het raftingcentrum, duikt de grens iets eerder op dan verwacht. Deze keer zijn we slecht voorbereid. We begeven ons al in het zicht van de douane wanneer we bedenken, dat onze paspoorten nog achter in de camper liggen. Vlak voor een grens stoppen en snel in een auto gaan rommelen is op zijn minst verdacht. Het verrast ons dan ook niet, dat de agent waar we ons even later melden niet zo zeer geïnteresseerd is in onze legitimatiebewijzen als wel in onze auto. Hij beveelt ons de bak te openen en wil in een aantal vakken kijken. Hij doet gelukkig niet erg moeilijk en na het zien van onze potten en pannen en wat levensmiddelen mogen we verder rijden. Nog een paar formaliteiten aan de Montenegrijnse zijde en dan mogen we het land. Het eerste deel van de route, dat we erg mooi vinden, blijkt slechts een voorproefje van wat nog komen gaat. Over een goede asfaltweg slingeren we door een indrukwekkende kloof met rechts van ons een brede rivier waarvan het water zo'n heldere kleur turquoise-groen heeft, dat de foto's die we nemen gefotoshopped lijken. Links van de weg toren steile rotswanden hoog boven ons uit en we passeren tientallen korte rotstunneltjes die keer op keer zorgen voor schilderachtige doorkijkjes. Bovenop de rotsen zien we regelmatig paraplu-achtige dennenbomen.


Durmitor NP

Op ongeveer driekwart van de route buigen we af richting Tsra en Zabljak. De weg, die nog steeds van goede kwaliteit is, wordt nu smaller en de omgeving bosrijker. Nog een half uurtje kronkelen we door en dan ineens is er een weids uitzicht. We hebben een hoogvlakte bereikt met her en der kleine huisjes en bewerkte stukjes land. Overal zijn lokale boertjes bezig met maaien en hooien. Geperste balen kennen ze hier niet. Het gedroogde gras wordt gewoon opgestapeld. Steeds hoger en hoger worden stapelen ze het hooi totdat echte ouderwetse hooibergen ontstaan. De hoogvlakte staat ermee bezaaid. Met een slakkengangetje rijden we er doorheen regelmatig stoppend voor een foto, een versnapering, een korte plaspauze of om loslopend vee te laten passeren. Meestal zijn dit koeien of schapen, maar een keertje zelfs zijn het twee galopperende paarden. Kort na onze laatste stop verandert het landschap opnieuw. We naderen de grens van het Durmitor NP en voor ons strekt zich een steppeachtig landschap uit. De vergezichten op de rotsen om ons heen zijn adembenemend. Dit is veruit het mooiste traject, dat we in tijden gereden hebben. Het lijkt op beetje op de hoogvlaktes in Noorwegen echter vorig jaar hadden op de passen bijna altijd regen. Vandaag daarentegen staat de zon hoog aan de hemel. We rijden heel langzaam en genieten na elke bocht van het telkens veranderende uitzicht. Gelukkig bestaan er tegenwoordig digitale camera's. Op het hoogste punt, ruim 1900 meter, houden we onze middagpauze. De wereld is hier zo mooi, dat we een beetje stilletjes zitten te genieten van onze broodjes. Vanaf de top rijden we rustig het dal in naar Zabljak, een rustig ogend bergdorpje dat veel bergwandelaars en mountainbikers trekt. Het toerisme is hier duidelijk in opkomst. Overal zien we vakantiehuisjes en pensionnetjes in aanbouw. Soms lelijk en massaal, maar hier en daar staan ook prachtige houten, blokhutachtige, villa's. Onderweg zien we tot onze verrassingen aanwijzingen voor een skilift. In de winter kun je hier zelfs skiën. In de verte zien we de pistes liggen.


Poolse lawaaischoppers

Eenmaal in Zabljak werken we eerst een klein boodschappenlijstje af. De prijzen verrassen ons. Voor een grote mand boodschappen hoeven we in de supermarkt nog geen 10 euro af te rekenen. Montenegro hanteert de euro en de prijzen liggen beduidend lager dan bij ons. We doen een klein rekensommetje en ontdekken, dat ze ongeveer vergelijkbaar zijn met het oude guldens niveau. Wat ons ook opvalt zijn de terreinwagens die we zien rondrijden. In het centrum komen we er meerdere tegen. Vooral Polen zien we veel. Na de mooie rit van vandaag hebben we allebei niet zo heel veel zin meer om verder te reizen. We besluiten hier te blijven, pikken nog een terrasje en gaan daarna op zoek naar een camping waar we de rest van de middag luieren. De camping ligt in een kom met rondom een mooi uitzicht op de bergen. Het trekt duidelijk veel hikers want overal zien we kleine trekkerstentjes staan. Campers daarentegen zien we weinig, dus ons veldje is heerlijk rustig. We hoeven hem slechts te delen met een Duitse camper en twee Poolse terreinwagens met daktent. Het is niet te heet en het zonnetje is behaaglijk, al merken we al snel, dat we hier op hoogte wel moeten uitkijken. De zon blijkt verraderlijk sterk. Net als de afgelopen nacht wordt het, wanneer de zon eenmaal onder is, weer behoorlijk fris. Terwijl de hikers geen keus hebben en zitten te blauwbekken voor hun tentjes, zitten wij warmpjes bij de kachel. Ondertussen stroomt ongemerkt de camping vol, overvol zelfs en ook op ons veldje is het gedaan met de rust. De Poolse groep heeft zich aanzienlijk uitgebreid en naarmate er meer drank ik de man komt worden ze steeds luidruchtiger en asocialer. Wanneer ik op een gegeven moment terug kom van het toilet heeft een van de Polen kans gezien om zijn tentje zo dicht achter onze auto op te zetten, dat onze klep nog nauwelijks open wil. De haringen staan bijna letterlijk onder ons opstapje. Wat een mafkezen. We kunnen er nog net een stokje voor steken en gebieden ze vriendelijk te verkassen. De overlast echter blijft. De groep is extreem luidruchtig en tot diep in de nacht wordt er luid gelachen en gepraat. Telkens wanneer we denken, dat ze op bed gaan, horen we een nieuwe fles bier open gaan. De flessen hier hebben een inhoud van 1 liter, dus de herrie gaat weer even door. Op de camping ligt iedereen inmiddels op bed, maar de Polen trekken zich er niets van aan. We krijgen steeds meer spijt van onze beslissing hier te blijven. Het lawaai, de overvolle camping, de ijskoude douches en de onvriendelijke eigenaar hadden we achteraf gezien beter links kunnen laten liggen.


   


Plav

Ondanks de korte nacht zijn we vroeg wakker. De Polen zijn ook al op. We zien ze regelmatig naar onze auto kijken, maar mijden elk contact. We voelen totaal niet de behoefte een praatje met ze te maken. Eigenlijk zijn we de camping helemaal beu. Na het genot van een ijskoude douche gaan we weg. Ontbijten doen we wel langs de weg. Volgens de kaart wacht ons weer een mooie route, maar daar verschillen we van mening. In vergelijking tot gisteren vinden hem niet zo spectaculair. We doorkruisen de Tara kloof en volgen opnieuw de rivier. De omgeving is zo bosrijk, dat we geen mooie uitzichten hebben. Vroeg in de middag bereiken we Plav. Vanaf hier is het nog maar een klein stukje naar Albanië. Volgens andere reisverslagen moet het een mooi offroad avontuur worden. We besluiten pas morgen de grens over te steken en neer te strijken op een camping aan het gelijknamige meer. Wij zijn de eersten vandaag en pikken het mooiste schaduwplekje bij de grote boom in. Een zacht briesje zorgt voor een aangenaam temperatuurtje. De rest van de middag vullen we met muziek luisteren, lezen, schrijven, eten en spelen met een buurthond. Op de achtergrond zorgt de oriëntaalse muziek van een lokale familie voor wat extra sfeer.


Een stukje geschiedenis

Albanië, iets kleiner dan België en een van de armste landen van Europa, is voor ons een groot vraagteken. We weten er bijna niets van en hebben ook geen idee wat we kunnen verwachten. De enige associatie die we ermee hebben is het vluchtelingenprobleem waarmee het land worstelde tijdens en net na de Kosovo-crisis. Goede vrienden van ons hebben er destijds vrijwilligerswerk gedaan. In de reisgids lezen we een stukje geschiedenis. Tot 1990 was Albanië een atheïstische-communistische dictatuur en zaten de grenzen potdicht. Toeristen werden niet toegelaten en de Albaniërs zelf hadden niet eens een paspoort. In geen land ter wereld was het staatscommunisme zo strak georganiseerd. De bewegingsvrijheid beperkte zich tot de vierkante meter en op religie rustte een taboe. Kerken en moskeeën werden vernield of gesloten en wie op godsdienstige activiteiten werd betrapt moest dit maar al te vaak met de dood bekopen. Een derde van de bevolking werkte voor de veiligheidsdienst Sigurimi en Amnesty schat het aantal politieke gevangenen, die leefden in strafkampen of jarenlang opgesloten zaten in concentratiekampen, in die tijd op ca. 14% van de bevolking. Tot 1990 was zelfs particulier autobezit verboden en waren er dus ook vrijwel geen wegen. Het roemruchte verleden heeft Albanië een aantal dubieuze vermeldingen opgeleverd. Zo was Albanië het eerste atheïstische land ter wereld, het laatste Oost-Europese land dat democratisch werd, het laatste Europese land waar de weerberichten geheim waren en vandaag de dag door de nog steeds hoge corruptie het smokkelparadijs van Europa. Maar Albanië is meer, het land is ook exotisch, authentiek, nog niet overspoeld door toeristen en gastvrij.


Waar is de grens

In Gusinje is het nog even zoeken naar de juiste weg. Gelukkig vinden we een behulpzame oude vrouw die ons in vloeiend Duits de juiste richting op stuurt. Het is een klein smal bergweggetje waar plompverloren de grens opduikt. Het is het vertrouwde liedje. Eerst Montenegro uit stempelen en dan naar het Albanese kantoortje. Het valt ons op, dat de man hier vreselijk vriendelijk is. We vonden de Montenegrijnen wat stug en nors, maar zoals ook verderop zal blijken, de Albanezen zijn anders. Ze zijn veel opener en vriendelijker. Ondanks, dat het kantoortje vol staat met moderne elektronica gaan de registraties nog op de voor ons zo vertrouwde methode. Een groot boek wordt opengeslagen waarin onze gegevens nauwkeuring worden opgetekend, nog een stempeltje in ons paspoort en dan gaat de slagboom open. Ook hier geen druk op de knop, maar gewoon met handbediening en een zware staan om hem open te houden.


Welke kant moeten we op?

albanie vermoshWe zijn in Albanië. Hier hebben we het meest naar uitgekeken, maar welke kant moeten we op? Kort na de grens vertakt de weg zich. We kunnen rechtdoor en de rivier blijven volgen of linksaf over een krakkemikkige brug. We verkennen beide opties en de brug lijkt de meest logische en zo blijkt als snel ook de enige juiste. Bij de volgende splitsing echter gaan we alsnog verkeerd. In plaats van af te buigen en een smalle bergweg te nemen, vervolgen we de weg die tot onze verrassing spiksplinternieuw asfalt is. Het asfalt ziet er te aanlokkelijk uit om een andere keuze te maken. We belanden al snel in Vermosh waar ons spoor dood loopt. Gelukkig treffen we ook hier weer een groepje vriendelijke mannen. We spreken elkaars talen niet, maar met behulp van een landkaart en een paar gebaren begrijpen we elkaar perfect. We moeten terug. Het was dus toch dat slechte pad de bergen in. Omdat een van de mannen niet overtuigd is van het feit, dat we zijn aanwijzingen hebben begrepen springt hij in zijn auto en rijdt hij voor ons uit.


Frankie voor het eerst echt offroad

Al snel zitten we op de goede weg, of misschien beter gezegd, de juiste weg, want "goed" is teveel eer voor deze piste. Het is een smalle hobbelige offroad piste vol met gaten, kuilen en flinke keien. Onze snelheid zakt naar een schamele 10 kilometer per uur. Bijna stapvoets hobbelen we van dorpje naar dorpje. We rijden bergafwaarts en verwachten langzaam het dal uit te rijden, totdat ineens de weg weer omhoog gaat. Overal waar we kijken zien we hoge bergen en in tegenstelling tot andere valleien hebben we geen idee waar de uitgang is. Aan de hand van lokale auto's die ons inhalen en die even later voor ons weer opduiken kunnen zien waar de weg naar toe gaat. Over een piste die onveranderd slecht blijft hobbelen we geduldig verder, bergje op, bergje af. De lokale auto's zijn bijna allemaal oude tweewiel aangedreven wagens en de weg moet voor hen een nog grotere uitdaging zijn dan voor ons. We hebben al heel wat onverharde wegen gereden, maar deze behoort zeker bij de top 10 van de meest slechte. Het is weer een ouderwets avontuur en de omgeving compenseert de inspanningen ruimschoots. Het landschap is ruig en ongerept en juist dat maakt de wereld hier zo mooi. Na iedere bocht volgt een nieuwe en bijna ieder kwartier verandert het uitzicht. Het ene moment kijken we een diep dal in en het andere zien we vooral steile bergwanden waar we bij omhoog moeten. Soms rijden we tussen de bomen en dan weer is de wereld heel kaal. De route is behoorlijk verlaten en slechts een paar keer passeren we een klein dorpje waar altijd vriendelijk naar ons gezwaaid wordt en als we groeten wordt er vriendelijk terug gegroet. Regelmatig stoppen we om mooie plaatjes te schieten of voor een colaatje in een lokaal barretje. Ongeveer halverwege bereiken we de bedding van de rivier en loopt de weg door een smalle kloof. We rijden door een surrealistisch kaal landschap omringd door hoge steile rotswanden. Al snel bereiken we het veldje waarvan we weten, dan Chris en Ton (www.rodebusje.nl) er hebben gekampeerd. We overwegen om hier ook te overnachten, maar het vroege tijdstip en de regen die ons hier overvalt doet ons uiteindelijk toch besluiten om verder te reizen. Nog even hebben we schik om de geiten. Sjoerd en Heidi hebben een bloedhekel aan water en de Albanese geiten genieten dezelfde voorkeur. Zonder schuurtje of bomen in de buurt, schuifelt een hele kudde in de luwte van de berg waar iedere geit een eigen richeltje op zoekt en stijf tegen de steile rotswand aan gaat staan. Het is een erg grappig gezicht.


 

     


De Albanese variant van de Noorse Trollstigen

Nu we eenmaal de rivier hebben bereikt verwachten we langzaam stroomafwaarts het dal uit te rijden, maar niets is minder waar. Ook de rest van de middag blijft de route vol verrassingen. Vanaf onze pauze op het "kampeerveldje" verlaten we heel geleidelijk de stroom van de rivier en begint de weg weer te klimmen, steeds hoger en hoger. De ene haarspeldbocht na de andere volgt. De weg doet ons verdacht veel denken aan Trollstigen in Noorwegen, maar met een wezenlijk verschil; de weg is onverhard en de haarspeldbochten scherper. Zelfs 10 kilometer per uur halen we vaak niet eens meer. We zijn dan ook verbaasd, maar vol bewondering wanneer we een hele groep mountainbikers dezelfde weg omhoog zien zwoegen. Dat vraagt wel om karakter en een hele grote dosis doorzettingsvermogen. Dan hebben wij het toch maar makkelijk. Terwijl Frankie zich langzaam maar gestaag de berg op zwoegt genieten wij van het uitzicht, dat bocht na bocht mooier lijkt te worden. Aan het einde van de klim bereiken we de pas waarna we alleen nog maar bergafwaarts meer hoeven. Eerst nog een stukje offroad en daarna slecht asfalt dat geleidelijk beter wordt.


         


Weer thuis in de chaos

Nog eventjes en dan bereiken we de hoofdweg naar Shköder waar we weer een beetje gas kunnen geven, houden we onszelf voor. Nou niet dus; van Hani I Hotit tot Shköder ligt de weg eruit. Hoewel de infrastructuur geleidelijk beter wordt zijn de gevolgen van het strenge communistische bewind waarin particulier autobezit verboden was en wegen daardoor schaars of in slechte staat nog steeds merkbaar. De toch al niet al te beste weg naar Shköder is onder constructie en nu helemaal rampzalig. Het oude asfalt is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor grint en modder met grote stenen en gaten. De weg is dramatisch slecht en vreselijk stoffig. Het zijn Afrikaanse taferelen en dat geldt niet alleen voor de conditie van de weg. Ook het straatbeeld is anders dan elders in de Balkan en roept oude herinneringen op. Albanië heeft een oriëntaalse sfeer. Jonge mannen lopen regelmatig gearmd, uit menig luidspreker klinkt Turkse muziek, overal ligt straatvuil waartussen koeien, schapen, geiten en ezels scharrelen en de terrasjes van de vele barretjes zijn hoofdzakelijk gevuld met mannen die hun tijd verdrijven met thee drinken en een spelletje doen, vooral domino is populair. Ook de winkeltjes zijn vertrouwd rommelig. Verkopers brengen hun koopwaar aan de man vanuit kleine winkeltjes waarbij ze een groot deel van hun waar voor de gevel uitstallen. Minstens zo typerend voor de sfeer is het verkeer. Op straat zien we naast ontelbare oude Mercedessen en blinkende nieuwe bolides ook nog regelmatig een paard en wagen en het chaotische verkeer, is ook qua rijstijl oriëntaals. In Albanië worden twee rijbanen met gemak weer drie en is inhalen voor een bocht of over een doorgetrokken streep de gewoonste zaak van de wereld. Overdag rijden zonder licht is daarentegen toch wel erg gevaarlijk. Tenminste, dat wil de politieagent die ons aanhoudt, ons laten geloven. Hoewel niet iedereen zich er aan houdt is het verplicht om ook overdag de autolichten aan te hebben. Onbekend met deze regel hebben wij ze gewoon uit en dat wordt natuurlijk opgemerkt door een politieagent. De man houdt ons aan en al snel wordt ons duidelijk, dat ook in Albanië agenten er niet voor terug deinzen een extra zakcentje te verdienen. De man wijst ons op onze overtreding en mompelt iets over een boete. Helaas voor de agent hebben wij vaker met dit bijltje gehakt. Niet van plan ook maar een cent te betalen schakelen we feilloos over naar de "onnozele toerist - stand". Na wat grapjes en plagerijen over en weer mogen we gaan, zonder te betalen, maar wel met de lichten aan natuurlijk. Het is ook in dit land waar we voor het eerst weer Landrovers of Landcruisers tegen komen van bekende hulporganisaties. Vooral de auto's van Oxfam zien we regelmatig rijden. Al vanaf het eerste moment pakt Albanië ons in. We houden van de chaos, de drukte en de viezigheid en voelen ons eindelijk weer eens echt ver van huis.


Nederlands comfort

Wanneer we Shköder bereiken is de middag bijna om. Ons doel is de Nederlandse camping die hier in de buurt moet zitten, maar zonder waypoint, adres of routebeschrijving hebben we geen idee waar we moeten zoeken. Na een paar rondjes door het centrum staken we al snel onze zoektocht en doen we het op de overlandersmethode. We schieten een internetcafé in om uit te zoeken waar we naar toe moeten. De camping die nog zo'n twintig kilometer, gelukkig over een goede asfalt weg deze keer, verder naar het zuiden blijkt de zitten is de omweg meer dan waard. In het licht van de ondergaande zon bereiken we eindelijk onze bestemming. In de verte zien we de Nederlandse vlag al wapperen; dat kan niet missen. Op de camping is de Nederlandse invloed merkbaar. Het grasveldje is gemaaid, het toiletgebouw schoon, de douche warm en Wi-Fi beschikbaar en gratis. Een mooie plek om een extra dagje te blijven.


Herkenning

Na een erg laat en langzaam ontbijt krijgen we bezoek van twee mede campinggasten. Ze zijn nieuwsgierig naar onze auto en komen een praatje maken. De Oostenrijkers die zelf ook een stoere truck hebben reizen al vele jaren overland. Het klinkt onmiddellijk en we kletsen een hele tijd. Het is heerlijk weer eens gelijkgestemden te ontmoeten die van dezelfde manier van reizen houden, die net als wij gek zijn op de chaos van het Oriënt en op kale verlaten landschappen, die bekend zijn met dezelfde websites en die gereisd hebben in de landen waar ook wij zijn geweest. We delen zelfs de ervaring van een overnachting in een Pakistaanse gevangenis. De tijd vliegt. Pas wanneer zelfs stil zitten in de schaduw te heet wordt nemen we afscheid. De Oostenrijkers gaan naar huis en wij naar de stad. Wat maar weinig mensen weten, is dat vele van de traditionele Venetiaanse maskers niet in Italië, maar hier in Shköder, in een klein fabriekje, gemaakt worden. Het is maar goed, dat we een waypoint hebben want het anonieme gebouwtje dat gevestigd is in een klein achteraf straatje hadden we anders nooit gevonden. Zelfs wanneer we voor de deur staan twijfelen we nog of we wel het juiste adres hebben. Vijf fietsen en een subtiel bord op de gevel zijn het enige teken van leven. We rijden een klein rondje over het bedrijfsterrein, maar zien geen ingang of uitnodigende deur. We staan op het punt te vertrekken wanneer we besluiten toch nog even bij het hokje naast de poort te kijken. Ook deze ziet er verlaten uit, maar uit ervaring weten we, dat dit niet hoeft te betekenen, dat er niemand is. Het zal niet de eerste keer zijn, dat we een slapende bewaker treffen. We lopen voorzichtig naar het hokje en zijn dan ook niet verbaasd, wanneer we de man die we er treffen verschrikt zien wakker worden. We gebaren onze bedoelingen en de man knikt begrijpen. Snel, maar nog een beetje versuft, loopt hij voor ons uit naar een anonieme metalen loodsdeur en drukt op een knopje, dat we zelf nooit voor deurbel hadden aangezien. Er wordt onmiddellijk open gedaan en een vriendelijke vrouw verwelkomt ons in een wereld die hier totaal niet op zijn plek lijkt. We betreden een klassiek betegelde hal met antiek meubilair waarop een aantal maskers staan. De vrouw verstaat geen Engels maar begrijpt waarvoor we komen en neemt ons mee naar een aangrenzende kamer waar we onze ogen uitkijken. Er hangen en liggen honderden maskers; allemaal handgemaakt en stuk voor stuk ware kunstwerken. We nemen rustig de tijd totdat ons oog op een bescheiden masker valt; deze vinden we mooi. Een kleine prijsonderhandeling volgt en dan wordt het masker zorgvuldig ingepakt voor de lange reis naar Nederland. De bewaker is vast weer in slaap gesukkeld, want wanneer we niet veel later het terrein verlaten is er niemand meer die naar ons omkijkt. Om de hoek, een paar meter verderop, storten we ons weer in de chaos van de Shköder, een van Europa's oudste steden.


      


Een zenuwslopende rit

Diep verscholen in de Noord-Albanese Alpen ligt de Theth vallei, een wereld op zich waar oude tradities nog steeds nog gehandhaafd en schapenpaden nog dagelijks gebruikt worden. Ooit nam bloedwraak hier het leven van alledag in beslag. Tegenwoordig is Theth het Albanese mekka voor hikers en avonturiers. Toch is massatoerisme nog een onbekend fenomeen. In 2007 telde het gebied slechts 5000 bezoekers. Hoewel dat aantal inmiddels gestegen is, is het er, met name dankzij de geïsoleerde ligging, nog steeds erg rustig. We staan vroeg op en zetten koers naar het noorden, opnieuw de opgebroken weg trotserend die we op de heenreis ook hebben genomen. Het verkeer is chaos, meer nog dan de eerste keer. Het lijkt wel spitsuur; er is veel meer verkeer op de weg en de twintig kilometer naar Koplik duren voor ons gevoel een eeuwigheid. Pas rond het middaguur bereiken we het stadje en buigen we af de bergen in. De eerste dertig kilometer tot Bogë gaan over een goede comfortabele asfaltweg. Een goedmakertje voor wat nog komen gaat waarschijnlijk, want vanaf Bogë is het alleen nog maar offroad tot Theth. Vanaf de eerste meters is de weg slecht en zo blijft hij ook. De kwaliteit van de piste, die eerst zo'n vijftien kilometer bergopwaarts loopt waarna een bijna evenlange afdaling volgt, is nog iets slechter dan de doorsteek vanuit Montenegro. De piste bevat meer stenen en grotere rotsen. Met een gangetje nauwelijks sneller dan stationair hobbelen en stuiteren we bergopwaarts terwijl boven ons dikke wolken samenpakken. We herinneren ons de opmerking uit het verslag van andere reizigers die schreven: "in de regen zouden we de route niet graag rijden". Op dat moment beginnen de eerste regendruppels te vallen. Geen fijne omstandigheden voor een smal bergpad langs diepe afgronden waarvan de haarspeldbochten vaak zo krap zijn, dat we met Frankie de bochten nog maar net kunnen maken. Menig bermmonument herinnert ons aan het noodlot dat anderen hier getroffen heeft. In een kleine inham blijven we wachten in de hoop, dat het snel opklaart. Het zien van tegenliggers waaronder zelfs een Poolse toerist met een Yaris geeft ons moed en wanneer we van een tegemoet komende auto de bevestiging krijgen, dat de weg weliswaar slecht blijft maar niet steiler en bovenal niet modderige wordt gaan we met herwonnen moed weer op pad. Heel eventjes is het zelfs droog, maar dan, net wanneer we na het passeren van de pas de afdaling hebben ingezet begint het opnieuw te sputteren. We bevinden ons op het smalste gedeelte van de hele route met rechts van ons een afgrijselijke afgrond en alsof dat nog niet spannend genoeg is komen ons er ook nog twee tegenliggers tegemoet. Er volgt een hachelijke passage waarbij onze zenuwen flink op de proef gesteld worden. Ingeluid door oorverdovende donderslagen breekt het noodweer daarna in alle hevigheid los. Het gesputter gaat over in een hevige bui en binnen een paar minuten ontstaan er op het pad kleine stroompjes. We voelen ons nog steeds niet op ons gemak, maar hebben geen andere keus dan ons neerleggen bij de situatie en vertrouwen op de terreinkwaliteiten van onze auto. Pas na ruim vier zenuwslopende uren bereiken we de Theth vallei. Francesco, een vriendelijke jongen komt ons tegemoet en brengt ons naar de camping van zijn ouders. Waar we meestal eerst willen rondkijken voordat we ons een slaapplek laten aansmeren gaan we deze keer onmiddellijk akkoord. We zijn opgelucht en uitgeput tegelijk. Op het terras van onze gastfamilie valt de spanning langzaam weer van ons af en neemt een gevoel van trots de overhand. We hebben het toch maar mooi gehaald.


     


Theth

Terug bij de auto hebben we eindelijk de rust terug gevonden om eens goed om ons heen te kijken en groeit de verwondering over deze unieke plek. We bevinden ons in een doodlopende vallei vanwaar de snelste weg naar de bewoonde minimaal drie uur zwoegen over een pittige offroad piste is. Te zijn op een plek waar de meeste mensen nooit zullen komen en waar je niet eenvoudig kunt komen of weer weg kunt gaan fascineert ons enorm en we voelen ons bevoorrecht. Na het avondeten maken een leuke wandeling naar een klein kerkje. Het is er nog verrassend druk, jongelui spelen volleybal en twee opa's wandelen met een klein peutertje dat net zo'n broekpakje draagt als wij 40 jaar geleden. De paraplu nemen we gelukkig voor niets mee, want het wordt steeds helderder. Tegen zonsondergang is het dusdanig opgeklaard, dat de door de wolken piekende zon de gekartelde randen van de hoge bergen roze kleurt. De avond is voor de mannen. Francesco, wiens fiets we eerder die middag al gerepareerd hebben ziet Markus bezig met de Iphone. Dat is natuurlijk vragen om gezelschap. Bij gebrek aan een vierde zitplaats vlucht ik van nood de camper in terwijl Markus, Francesco en zijn neefje een heel arsenaal wapens leegschieten, vallende mieren vermorzelen en een nasprekende kat uitschelden. Wanneer later in het naburige barretje de Turks klinkende muziek verstomd is het stil. Zo stil is bijna nergens. Alleen het gerinkel van een nabij grazende koe doorbreekt soms heel even de stilte.


Terug naar de bewoonde wereld

We zijn vroeg op. Buiten is het stil en fris. De zon, die nog schuil gaat achter de hoge bergen heeft de koelte van de ochtend nog niet verjaagd. In alle rust genieten we van het landschap, dat iedere ochtend het decor is van een magisch schouwspel waarin de zon de hoofdrol speelt. Zijn eerst alleen de ons omringende bergtoppen verlicht, heel langzaam daalt het licht af en bereiken steeds meer zonnestralen het dal. Naarmate de tijd verstrijkt worden de zachte contouren scherper en de kleuren sprekender. Minuut na minuut zien we het licht dichterbij komen en dan ineens, anderhalf uur nadat we zijn opgestaan, zitten we in het warme zonnetje. Na het ontbijt nemen we afscheid van de vriendelijke gastheer en beginnen we aan de weg terug. Op een verdwaalde wolk na, die als een tafellaken op de berg hangt, is de lucht blauw. De zenuwslopende piste die nog even rotsachtig is als gisteren, is nu mooi droog en vele malen beter begaanbaar. We voelen ons ontspannen en nemen extra de tijd om te genieten van het avontuur en de mooie omgeving. Ondanks de vele fotostops leggen we de terugreis bijna een uur sneller af. 



     


Heet

Terug op het asfalt zetten we koers naar de kust. Voor de derde en allerlaatste keer trotseren we de rampzalig slechte weg naar Shköder. De frisse berglucht van vanochtend is nog slechts een herinnering. Het is inmiddels verzengend heet en tot overmaat van ramp stuitten we bij de grens ook nog op een enorme file. Zonder rijwind en zonder schaduw wordt het lange wachten een hele beproeving. De zon die genadeloos door de voorruit schijnt doet de thermometer in de auto oplopen naar 49 graden. Onze T-shirts zijn nat en we zitten bijna letterlijk aan onze stoelen vastgeplakt. De behoefte aan een duik in de zee neemt met de minuut toe. Verhalen over brede witte zandstranden leiden ons als eerste naar Ulcinj, een bekende badplaats in het zuiden van Montenegro. Helaas zij we niet de enigen die hier op af komen. Parkeerplaatsen en stranden zijn overvol en de teleurstelling is compleet. Met op zak een waypoint van een camping bij Sveti Stefan, gooien we het roer weer eens om. Nog maar een uurtje doorrijden dan.


Sveti Stefan

Het waypoint klopt en de camping is snel gevonden. Ook hier is het druk, maar het lukt ons toch om een mooi plekje te vinden. Opnieuw op een veldje samen met 2 Poolse terreinwagens. Ze zijn met een grote groep en de reisleider blijkt in hetzelfde dorp te wonen als de Poolse avonturiers die we jaren geleden tegenkwamen in de haven van Wadi Halfa in Soedan. Natuurlijk kent hij ze en als hij later die avond met ze belt, blijken ze zich ons ook nog te herinneren. De wereld is soms maar klein. Nadat Frankie van binnen en buiten weer eens uitgebreid is bekeken en gefotografeerd reist de groep verder. Wij blijven achter tezamen met de vijf Slowaakse studenten waar we het kampeerveldje mee delen. Het zigeunerkamp van de studenten is een foto waard. Te lui of misschien ook wel te dronken om een tent op te tenten liggen ze vlak naast onze auto gewoon buiten op de grond te slapen. Verbaasd slaan we ze gade wanneer ze ontwaken en onmiddellijk een fles sterke drank voor de hals zetten. Twee uur later zit ook Markus aan de raki en wordt het steeds gezelliger. De jongelui, die graag een jointje lusten, zijn lyrisch over Nederland. Nederland is voor hen het walhalla en ze zijn geobsedeerd door ons kikkerlandje. Voetbal, tulpen, Amsterdam, koffieshops en zelfs Wilders; al onze beroemde "exportproducten" passeren de revue. Verrassend constateren we, dat dit niet de eerste keer is, dat Wilders ter sprake komt. Meerdere malen deze reis wordt ons gevraagd wat we van de ideeën van onze beroemde landgenoot vinden. Hoewel de meesten hem maar een mafkees vinden zijn ze geïntrigeerd door zijn ideologieën en de mate waarin Nederland hem daarin volgt. Tegen de middag, wanneer het bij de auto veel te warm wordt, gaan we op pas. De hitte trotserend maken we een leuke, maar afmattende wandeling naar het kleine eilandje Sveti Stefan. Voor niets helaas want meer dan een kiekje van afstand zit er niet in. Het eilandje, dat met een dam verbonden is met het vaste land, is alleen toegankelijk voor de hotelgasten die er verblijven. Teleurgesteld en doorweekt van het zweet storten we ons in zee. Het geluk is zelfs met ons wanneer we ondanks de drukte twee ligbedden weten te bemachtigen. Twee schone handdoeken, comfortabele bedden en een royale parasol. Hmmm, daar houden we het ook wel uit, bedenken we, maar luisterend naar een waarschuwend stemmetje in ons, vragen we voor de zekerheid toch eerst even naar de prijs en dat is maar goed ook. We schrikken ons een hoedje. Voor het voorrecht hier even te mogen liggen moeten we maar liefst 30 Euro neertellen. Dat lijkt ons zelfs voor West-Europese begrippen wel erg veel, of hebben we de afgelopen jaren zoveel in bananenlanden gereisd, dat we niet meer op de hoogte zijn van de gangbare tarieven? We leggen de handdoeken ongebruikt weer op hun plek en verdwijnen snel. Van het uitgespaarde geld gaan we lekker uit eten. Terug bij de auto komen we het smalle strookje schaduw waar we het de rest van de middag mee moeten doen, niet meer uit. Pas tegen zessen wanneer de zon zakt en de temperatuur weer aangenaam wordt komt ons kampje weer tot leven. De buren halen de raki weer tevoorschijn en komen er gezellig bij zitten. De jongelui leven letterlijk op raki, bier en hasj. Niet ons menu, maar dat mag de pret niet drukken. Het is reuze gezellig en de overweldigende chaos voorkomt, dat er zich nieuwe gasten bij ons voegen.



   


Kotor

Na twee dagen trekken we verder. Met op zak het wachtwoord van het hotel waar we gisteren heerlijk hebben gedineerd, versturen we nog een paar twitterberichtjes tijdens het ontbijt. Hoewel we weten, dat Kotor niet ver meer is, bereiken we de stad veel sneller dan verwacht. Na nog een laatste bocht omhoog buigt de weg af naar beneden en strekt een breed dal zicht voor ons uit. Onder ons ligt de Baai van Kotor, een diepe inham van de Adriatische Zee. Het is het langste en diepste fjord van Zuid-Europa en het uitzicht vanaf de hooggelegen weg is magnifiek. Hoge bergen omringen het helder blauwe water en de oever telt talloze kleine en grote dorpjes met oude kloosters en kleine stenen huisjes met typische terracottdaken. Het doet nog heel authentiek aan en zowel de baai als Kotor, de oude havenstad waaraan de baai zijn naam dankt, staan op de Werelderfgoedlijst van Unesco. Deze status trekt duidelijk veel toeristen, vanaf boven zien we de grote cruiseschepen in de haven al liggen. Naarmate we dichterbij komen zien we naast de cruiseschepen tientallen kapitale jachten de kade vullen. Ondanks de drukte vinden we een daalders parkeerplekje aan de haven recht voor de ingang van de oude stad. Stoffig en smerig als hij is steekt Frankie een beetje armzalig af bij de brandschone witte jachten en blinkende Mercedessen en BMW's. De oude binnenstad van Kotor is volledig ommuurd en een aaneenschakeling van oude huizen, kleine straatjes en mooie pleinen. Kotor was ooit een Venetiaanse kolonie en die invloed is nog steeds zichtbaar. Het is nog maar een uur of tien 's ochtends, maar zelfs op dit vroege tijdstip zijn de terrasjes van de vele restaurantjes druk bezet. Op ons gemak slenteren we door de straatjes en snuffelen we in de vele kleine winkeltjes en boetiekjes waarvan het aanbod duidelijk afgestemd is op de rijke toeristen. Veel kledingwinkels verkopen chique merkkleding met een beetje kakkerige marine look. Na ruim twee uur hebben we het kleine stadje wel gezien. Busladingen vol toeristen hebben Kotor inmiddels overspoeld en de zon, die genadeloos brandt heeft de temperatuur tot grote hoogte doen stijgen. Het wordt tijd om te gaan. We sluiten ons bezoek in stijl af met een lekker Italiaans ijsje. Minstens zo bijzonder als de oude stad vinden we de vis- en groentemarkt, die zich in een overdekt gedeelte net buiten de stadmuren bevindt. Vers gevangen vis, zelfgemaakte kaas, olijfolie en wijn en kraampjes vol zongerijpte groentes en fruit. De geuren en kleuren van de lokale mark hebben een onweerstaanbare aantrekkingskracht op ons. We kiezen het meest aanlokkelijke kraampje en slaan royaal in. In tegenstelling tot de man naast ons, die zijn boodschappen naar zijn bedienden op zijn luxe jacht laat bezorgen, moeten we zelf onze zware tassen sjouwen. Niet ver gelukkig, maar inspannend genoeg om flink te zweten.


Dubrovnik

Het is ons te druk, te vroeg en te warm om nu al te stoppen. In plaats van een camping te zoeken besluiten we door te rijden. De rijwind is nog het meest verkoelend op dit moment. De afstanden zijn kort en na een toeristisch ritje langs de baai van Kotor staan we voor de vierde keer deze reis voor een Montenegrijns grenskantoortje. Het is er niet druk en binnen een paar tellen rijden we Kroatië weer binnen. Dubrovnik ligt op een steenworp afstand en tegen half drie bereiken we de stad. Komend vanuit het zuiden hebben we vanaf de snelweg een prachtig uitzicht op de kleine haven en het oude centrum. Binnen de imposante muren staan crèmekleurige gebouwen met terracotta dakpannen dicht opeengepakt. De "Parel van de Adriatische Zee" zoals Dubrovnik ook wel wordt genoemd is zijn glorieuze titel zeker waard. Het is beslist een van de mooiste steden die we ooit hebben gezien. Vanuit de camping nemen we de bus naar het oude centrum waar we onze ogen uitkijken. Via een van de vele poorten komen we uit op een grote brede straat waar grote marmeren plaveien ons tegemoet schitterend in het warme avondlicht. Vele eeuwen hebben bezoekers de stenen gepolijst. We dolen een hele tijd door deze bijzonder stad. Het is net een grote toverdoos waar om iedere hoek een verrassend pleintje, een mooie fontein, een romantische doorkijkje of een imposant klooster of paleis versierd met grote beelden en bijzondere ornamenten opduikt. Links en rechts van de brede hoofdstraat bevinden zich nauwe soms steile steegjes waar pizzeria's hun knusse terrasjes hebben uitgestald. Hongerig van de intensieve dag strijken we neer op een van de vele terrasjes waar we een echte Italiaanse pizza bestellen. Na het eten wagen we onze vermoeide voeten nog aan een laatste beproeving en maken we een mooie wandeling over de imposante, bijna twee kilometer lange, stadsmuur. De temperatuur is ondanks het late tijdstip nog steeds hoog en de vele trappen die we op en af moeten doen ons flink zweten. Lopend van toren naar toren hebben we een mooi uitzicht op rechts het groenblauwe water van de Adriatische Zee en links de oude binnenstad. In warme avondlicht worden de contouren minder scherp en krijgen de terracotta gekleurde daken een intense oranje kleur. Vanaf de muren zien we de stad in een ander licht. Achter de brede hoofdstraat en imposante gebouwen gaan kleine huisjes schuil waarvoor oude vrouwtjes zitten, waarvan de balkonnetjes versierd zijn met kleurrijke bloembakken en van waaruit de was op lange waslijnen hoog boven de straten te drogen wordt gehangen. Temidden van de dicht opeengepakte huizen zien we hier en daar zelfs nog een klein tuintje waar net als overal de meest heerlijke vruchten gewoon voor grijpen hangen. De talloze druivenstruiken, olijfbomen, vijgenbomen en granaatappelbomen hangen vol met vruchten die al bijna rijp zijn. Op een muurtje langs de oude haven waar we een tijdje mensen zitten te kijken laten we ons het tweede Italiaanse ijsje van de dag heerlijk smaken. De avond staat voor de deur en de poepchique restaurants in dit deel van de stad stromen langzaam vol met keurig geklede mensen. We zien vrouwen met hoge hakken, elegante jurken en grote hoeden uit mooie houten sloepen stappen die hen van hun kapitale jachten naar het vaste land brengen. Voor ons zit de dag er op. We zijn moe en onze voeten staan in brand. Die nacht wordt de warmste nacht van onze hele vakantie. Er staat geen zuchtje wind en de hitte van de dag wil maar niet wijken. Wanneer we in het holst van de nacht wakker worden om even naar de wc te gaan is het nog steeds zo'n 25 graden. Ondanks de ventilator en plantenspuit kunnen we de slaap maar moeilijk vatten.


   


Zon, zee en strand

Onze camping ligt vlakbij het stand en in de relatieve koelte van de ochtend lopen we de volgende dag even naar zee om te zwemmen. Tegen de middag checken we uit. Vandaag, zo hebben we besloten, willen we wat kilometers maken. Ons doel is een kleine camping die we op de heenreis hebben gezien. We hebben geen waypoint gemaakt, dus hopelijk vinden we hem terug. Bij Sibenik verlaten we de tolweg en in tegengestelde richting rijden we dezelfde kustweg als anderhalve week geleden. Het is Markus die als eerste de camping ontdekt. Niet ver van de weg en pal aan zee, staan op een open stukje gravel een aantal campers en caravans. De eigenaar is net zo relax als de camping. Volgens de man moeten we eerst maar eens lekker zwemmen en douchen; inschrijven kan morgen wel. Hier geen massa's mensen, Wi-Fi of kampwinkel. Nee, zelfs geen stoomaansluiting. Uit de douches komt gewoon zeewater en het schaarse zoetwater moet met een ouderwetse handpomp uit een bron worden opgepompt. Wanneer de zon onder is verschijnen overal campinglichtjes en kaarsen. Voor ons is dit pure luxe. Met een paar stappen zijn we in zee, bij de lokale bakker die iedere ochtend met zijn busje naar de camping komt kopen we verse broodjes en alsof dat nog niet voldoende verwennerij is komt er iedere middag nog een ijscobusje voorbij. Meer hebben we niet te wensen. Drie dagen lang gaan we nergens heen. Eten, lezen, zwemmen en plezier maken met onze Duitse buren is het enige dat we doen. Daar waar op de meeste campings gasten niet of nauwelijks in elkaar geïnteresseerd zijn, maakt iedereen hier gezellig een praatje met elkaar. Er is hier geen drukte of stress en zonder stroom voor schoteltelevisie en andere luxe zijn de mensen ineens veel socialer. Tijdens ons hele verblijf is er dan ook bijna niemand die vertrekt. Als een van de laatsten gekomen gaan we drie dagen later als een van eersten ook weer weg. Dit waypoint gaan we koesteren. Hier komen we zeker nog een keertje terug.


Onze Duitse vrienden

De meeste gasten op de camping komen uit Duitsland en met een aantal van hen hebben we een leuke tijd. Het is Uwe die als eerste contact zoekt wanneer hij een geintje met een kameraad wil uithalen en daarbij onze hulp nodig heeft. Natuurlijk doen we mee en het ijs is gebroken. Uwe is een dikke Duitser met een grappig stemmetje en het is niet alleen zijn naam die ons doet denken aan een van de "Ludolfs". Een reality programma over drie maffe Duitse broers die een autosloperij runnen. Wanneer we hem onze associatie met zijn naamgenoot melden volgt een levensechte persiflage die flink op onze lachspieren werkt. Tijdens de tweede avond bedenken de Duitsers, die niet alleen het avondeten, maar ook het ontbijt, de lunch en alle tussendoortjes wegspoelen met bier, dat ze de volgende dag willen proberen te waterskiën achter een jetboat van een bevriend Duits echtpaar dat vlakbij de camping woont. Markus, die zoals ze hebben ontdekt redelijk kan waterskiën, moet het als jongste en veruit de slankste van het stel het maar als eerste proberen. De volgende ochtend is de jetboat al vroeg gearriveerd. Op antieke ski's en op een alles behalve vlakke zee lukt het Markus om direct uit het water te komen en een stukje te skiën. Een heel klein stukje maar, want de lijn, een ratjetoe van aan elkaar geknoopte stukjes touw, breekt. De mannen starten een lachwekkende discussie over wie de beroerde knopen heeft gelegd. Ze geven elkaar de schuld en natuurlijk heeft niemand het gedaan. Ondertussen wordt de lijn gerepareerd en doet Markus een nieuwe poging. Ondanks, dat al snel blijkt, dat een jetboat niet geschikt voor waterskiën, lukt het Markus toch om nog heel wat meter te skiën. Iets wat hem naast een beetje zonnebrand, en behoorlijk wat spierpijn ook de waardering van de Duitse mannen oplevert, die zelf niet verder komen dan het strand. Voor een paar dagen hebben we er nieuwe vrienden bij.


Frankie ontmoet zijn bedenker

's Middags wanneer de temperatuur in de schaduw is opgelopen tot ruim boven de veertig graden zijn we tot niets meer in staat. Om koel te blijven offeren we twee oude T-shirts op waarmee we ieder uur even in zee gaan en die we vervolgens drijfnat om ons lichaam laten hangen. In het kleine streepje schaduw, dat ons luifeltje nog geeft, zitten we net rustig te lezen wanneer er zich opeens twee vreemde mannen melden. Frankie trekt altijd en overal de aandacht, dus op zich zijn we bezoek wel gewend, maar deze mannen, althans eentje ervan, toont meer dan gemiddelde interesse. De reden wordt ons al snel duidelijk. De man die ook Markus heet, is de ontwerper van onze camperopbouw. Burkhard, de eigenaar van Innovation campers en een goede bekende van hem, heeft vele jaren geleden zijn ontwerp uitgewerkt en een auto gebouwd die bijna identiek is aan die van ons. Omdat ook onze auto door Innovation campers is gebouwd denkt hij in eerste instantie, dat Frankie zijn auto is, maar al snel vallen hem enkele details op die het tegendeel bewijzen. Een geanimeerd gesprek volgt en hij blijkt Frank, de oude eigenaar van Frankie, erg goed te kennen. Samen zijn ze jarenlang lid geweest van de Sahara Club. Frank, die zo we begrijpen, eerst behoorlijk sceptisch was over het ontwerp, werd uiteindelijk steeds enthousiaster over de mogelijkheden en heeft uiteindelijk een bijna identieke camperopbouw laten bouwen. Een verbeterde versie zelfs, want de kinderziekten uit het eerste model hebben ze bij de tweede aangepast. Dat verklaart ook de bijzondere "Mercedes stootrubber constructie" onder onze auto want Frank was, zo horen we nu, engineer bij Mercedes. Volgens de man heeft Innovation Campers in totaal slechts drie van deze auto gebouwd en hij benadrukt nogmaals hoe uniek onze auto is. "En als wij hem ooit wegdoen" zo zegt hij ons, "dan alleen aan mensen die er heel goed voor zullen zorgen". Dat beloven we, maar voorlopig zijn we niet van plan Frankie te verkopen. We kletsen nog een hele tijd, over Frankie, over Landcruisers en Landrovers, over terreinrijden en over technische wetenswaardigheden. Het is al avond en bijna donker wanneer we met heel wat kennis over onze auto rijker afscheid van de mannen nemen. De avond sluiten we af met een bezoekje van Jurgen een van onze nieuwe Duitse vrienden. De Duitsers, die met zijn allen bij het bevriende Duitse echtpaar van de jetboat, op visite zijn geweest, hebben een fles schnapps of zoals ze het zelf noemen "Medizin" voor Markus meegenomen.


   


Zadar

Ontbijten doen we in Zadar zo is ons plan, dus nemen we de volgende ochtend al vroeg afscheid en rijden we verder naar het Noorden. De toeristen zijn nog niet massaal op pad, dus is het nog redelijk rustig op straat. Het centrum is niet zo groot. Voordat we neerstrijken bij een warme bakker voor een heus broodje gezond met versgeperste sinaasappelsap, maar we een korte wandeling door de oude stad en lopen we even naar het zee-orgel waar we de ritme van de golven en het tij beluisteren. Via de groente- en fruitmarkt, waar we nog een keertje losgaan slenteren we terug naar de auto. De lange weg naar huis gaat nu echt beginnen. Met het verlaten van Zadar, verlaten we ook de kust en via dezelfde grensovergang als drie weken geleden rijden we het land uit.



Slovenië 

Niet meer dan een doorreisland op de heenweg, besluiten we er op de terugweg een tussenstop te maken. Dat betekent wel even opletten want met een oppervlakte slechts half zo groot als Nederland ben je er zo doorheen. Reizen zonder strak schema, daar houden we van. Soms wijzigen onze plannen in de loop van de dag wel een paar keer; zo ook vandaag. Was het eerst de bedoeling naar Oostenrijk te rijden, later veranderen we weer eens van plan en richten we ons kompas op de hoofdstad, Ljubljana. Even door het centrum lopen, de sfeer proeven en een terrasje pikken, dat lijkt ons wel wat. Het is een leuk vooruitzicht, maar we doen het niet. Vlak voor de afslag zijn we ineens niet zo enthousiast meer. Is het de verkoelende rijwind waar we nog geen afscheid van willen nemen of hebben we laatste dagen toch weer even genoeg steden gezien? We staan er niet te lang bij stil en rijden ons gevoel achterna. Onze mogelijkheden overzien besluiten we naar Bled te rijden. Het ontbreekt ons vandaag aan de energie om een lange zoektocht te houden naar een geschikte overnachtingsplek en we besluiten, dat de drukke, supertoeristische camping die we op de heenreis hebben laten schieten ons uiteindelijke doel wordt. Druk of niet, onze bezwete lichamen hebben dringend behoefte aan een uitgebreide wasbeurt. Wanneer de camping naderen valt het ons op, dat het er nog drukker is dan eerder. Het is maar goed, dat we weten waar hij zit, want zelfs het grote bord, dat de ingang aanduidt is volledig verdwenen achter grote voertuigen van Television Slovenia, busjes van technici en vrachtwagens vol materiaal. Voor de ingang hebben radio en televisiezenders hun kamp opgeslagen. Wat is hier gaande? We ontdekken al snel, dat het om roeiwedstrijden gaat, hele belangrijke roeiwedstrijden zelfs. Vanaf zondag zal er niet alleen gestreden worden om het wereldkampioenschap ook de deelname aan de Olympische Spelen van volgend jaar staat op het spel. Dat verklaart de grote toestroom van media en mensen. Als de camping dan nog maar een plekje heeft schiet er ongerust door ons heen. Gelukkig is dat geen probleem en op nog geen 300 meter van het meer waar recht voor onze deur de trainingen gaande zijn strijken we neer.


Op zoek naar de Nederlanders

Als er zoveel op het spel staat, dan moeten ook de Nederlanders, die het niet onverdienstelijk doen aan de roeitop, van de partij zijn. Nauwlettend turen we naar de roeispanen die, zo ontdekken we al snel, de kleuren van de nationale vlaggen dragen. Een paar keer zelfs lopen we naar het water in een poging ze te spotten, maar onze landgenoten zien we niet. Wel herkennen we de vlaggen van Italië, Zuid-Afrika en Argentinië. Het meer van Bled moet voor de roeiers een mooie plek zijn om te sporten. Het ligt in een kom temidden van dichtbeboste heuvels met in het midden een klein eilandje waarop een romantisch kerkje staat. Rondom bevinden zich talloze restaurantjes, prachtige hotels en statige kasteeltjes. 


Passie voor Afrika

Bij het zien van de vele terrasjes verdwijnt ons voornemen om te koken als sneeuw voor de zon. De boodschappen uit Zadar hoeven niet perse vandaag op is ons excuus. "Jullie zijn toch niet helemaal uit Afrika komen rijden?" horen we iemand zeggen, wanneer we even later in het dorpje rijden op zoek naar een geschikte parkeerplek. We kijken op en zien een Nederlands echtpaar geïnteresseerd naar onze auto kijken. "Onze dochter woont daar", vertelt de man ons, wijzend naar de landkaart op onze auto. "Dat is een van onze favoriete landen" antwoorden we enthousiast terug wanneer we zien, dat hij Zuid-Afrika bedoelt. In het korte gesprekje dat volgt weet de man ons nog net te vertellen dat het zijn droom is daar eens met een Landrover naar toe te rijden. We staan midden op een drukke kruising en niet in de gelegenheid om nog langer met elkaar te spreken vertellen we, dat we dat al een keertje hebben gedaan en geven hem snel een visitekaartje. De toevallige ontmoeting zijn we de volgende dag al bijna weer vergeten wanneer we bezoek krijgen. De man die onze website al even had bezocht, staat op dezelfde camping en een tijdje praten we over Afrika en reizen.


Ruzie met de serveerster

Kipfilet en groente van de grill met aardappeltjes en een lekker sausje. Het klinkt lekker, we geven onze bestelling door en niet veel later staan er twee dampende borden voor onze neus. Hier gaan we eens rustig van genieten, maar waar is de saus? De serveerster is het vast vergeten dus vriendelijk vragen we ernaar. De vrouw reageert een beetje raar, vreemd, want het staat toch gewoon op de menukaart? We schenken er geen aandacht en een paar tellen later komt ze een piepklein schaaltje tomatensaus brengen. Eentje maar? We hebben toch twee gerechten besteld? Geduldig vragen we om nog een schaaltje, maar daar wil ze tot onze verbazing niet van weten. Er hoort maar een sausje bij het gerecht en dus mogen we ze niet alle twee. "Dat klopt" antwoorden we begripvol, maar we hebben twee gerechten besteld en dus willen we ook graag twee porties saus. Knoflook voor Markus en tomaat voor mij. Langzaam begint ze haar geduld te verliezen en gewapend met menukaart komt ze terug om haar gelijk te halen. Nu beginnen ook wij het langzaam vervelend te vinden. De kaart is heel duidelijk, bij ieder gerecht hoort een schaaltje saus en we willen er gewoon nog eentje, basta. De stemming wordt er niet beter op. Ze is ons nu echt beu en luid mopperend loopt ze naar de chef-kok om haar beklag te doen. Jammer genoeg kunnen we zijn reactie niet horen, maar even later komt ze dan toch eindelijk, zij het een stuk minder vriendelijk dan tien minuten gelden, het tweede schaaltje saus brengen. Ginnegappend over de situatie vragen we ons af of ze het oprecht niet begreep of dat dit gewoon een manier is om zoveel mogelijk geld aan ons te verdienen. We denken er niet verder over na en laten ons de maaltijd, die van goede kwaliteit is, prima smaken. "Zul je zien, dat de rekening straks ook nog niet goed is" zeggen we gekscherend tegen elkaar niet wetend, dat ze inderdaad een optelfout gaat maken. Wanneer we haar hierop wijzen is de liefde definitief voorbij. We wachten niet eens meer op de correctie. We leggen het geld gepast op tafel en gaan dan weg.


Met nog een dag speling besluiten we de volgende dag om een omweg door de Alpen te maken. Net over de grens met Oostenrijk verlaten we de snelweg en kronkelen we over mooi alpenweggetjes naar Zell am See. We hebben al vaak in tweestrijd gestaan hier eens met wintersport naar toe te gaan, maar nog nooit is het er van gekomen. Na een rondje om het meer en een nachtje op een leuke maar erg onvriendelijke camping weten we het zeker. Het zal er ook nooit van komen. Het gebied, de sfeer en de mentaliteit het kan ons niet bekoren. Geef ons maar Zwitserland.


    


Tussen de bejaarden

En dan is alweer onze laatste nacht aangebroken. In Bad Kissingen, op ongeveer 500 kilometer van huis, strijken we nog een keertje neer op een camping. Of beter gezegd, bij de ingang van de camping; dat scheelt de helft. Is het stadje in juni, tijdens Europa's grootste offroadbeurs, het domein van duizenden 4x4 avonturiers de rest van het jaar, is het om haar kuuroorden beroemde stadje, een bejaardenkolonie. Op de volle camping heerst een volkomen stilte. De campers en caravans lijken wel onbewoond. Het enige lawaai, komt later van onszelf wanneer we met onze hippiebuurvrouw, die met haar oude gele VW-busje ook bij de ingang bivakkeert, nog lang zitten na te praten. Zo rustig als het op de camping is zo druk is het in de stad. Grote posters attendeerden ons er al op. Vandaag is de eerste dag van het jaarlijkse wijnfeest. Dan val je als wijnliefhebber toch met je neus in de boter. Markus is enthousiast en tegen de avond wandelen we naar het centrum. Van de beurs kennen we alleen de heuvels rondom het stadje, het centrum zelf hebben we nog nooit gezien. Bad Kissingen is een van de bekendste kuuroorden en het heeft overduidelijk een verleden vol rijkdom en overdaad. We wandelen langs mooi aangelegde kuurtuinen, klassieke fonteinen en langs grote statige gebouwen die ooit eigendom waren van rijke Beierse koningen. In de tuin aan de achterzijde van een groot gebouw, waarvan we later lezen, dat het Europa's grootste wanderhal is, wordt een klassiek concert gegeven? Is dit het wijnfeest? De minimum leeftijd van de bezoekers is minimaal 70+. In de verte zien we meer volk op straat dus we lopen door. Hier is duidelijk meer te beleven want naarmate we dichterbij komen neemt het lawaai toe en horen we "moderne" muziek. Niet veel later belanden we in een typisch Duits volksfeest. Op het dorpsplein staan lange rijen met tafels waaraan honderden mensen zitten. Eromheen staan kraampjes met braadworst, bier en een aantal lokale wijnen. Luid joelend deint de menigte op het dorpsplein, waarvan de minimale leeftijd weliswaar lager maar toch nog minimaal 55+ moet zijn, mee op de muziek van een lokale schlagerartiest die het podium staat te zingen. Hier moet je waarschijnlijk mee opgegroeid zijn. Wij krijgen het er spontaan benauwd van en na een rondje om het plein vluchten we snel terug naar de camping. 


De volgende dag leggen we de laatste 500 kilometer naar huis af en dan zit onze vakantie van dit jaar er weer op.